Skip to content

Waarom heeft niemand na ‘Mystiek lichaam’ (deze week 40) ooit nog een grote aidsroman geschreven?

Halverwege Mystiek lichaam duikt er in het leven van Leendert ‘Broer’ Gijselhart een ‘bizar vierletterwoord’ op, een mysterieuze nieuwe ziekte die hij zelf vreest ook onder de leden te hebben.

Door de roman heen wordt dat gevoel steeds sterker. Tegen het einde zit Leendert in een tuinstoel en hoort hij zijn adem ‘schuren, gejaagd, haperend’. Kellendonk schrijft: ‘Hij was ziek, besefte Broer toen. Onzichtbare wezentjes waren in hem aan het kluiven, met myriaden knabbeltandjes.’

Zijn lichaam wordt ‘vezeltje voor vezeltje verteerd door de sarcastische infanterie van de dood.’

Aids: niet genoemd, aanwezig als letter en geest.

afbeelding
Illustratie Boris Lyppens

Veertig jaar Mystiek lichaam

Leenderts vriend, ‘de rijpe jongen’, is eerder in de roman al geïnfecteerd en zal sterven – een lot dat hemzelf uiteindelijk ook ten deel zal vallen. Niet in de roman zelf, al sorteert hij in het ‘hoogliedje voor de dood’ waarmee Mystiek lichaam eindigt op dat lot voor. Leendert ziet zichzelf als stichter van een ‘geheime dynastie van de dood’ en mogelijk zelfs als diens evangelist, ‘in de zekerheid dat ik door jou zal worden opgeheven en over de drempel gedragen, onsterfelijke dood.’

Mystiek lichaam verscheen in mei 1986 – precies veertig jaar geleden, de uitgeverij viert het met een nieuwe editie. 1986 was vier jaar nadat de eerste Nederlandse aidspatiënt was gediagnosticeerd en, kort na die diagnose, overleed. Dat jaar bracht Kellendonk door in de Verenigde Staten, als gastschrijver in Minneapolis. Eind augustus 1981 vloog hij naar New York, waarna hij eerst het noordoosten van het land verkende.

Lees dit essay van ons bestuurslid Jesse van Amelsvoort op de site van de Volkskrant.

0px [xs]
Secret Link